Geschiedenis van Neerkant

Neerkant als dorp is nog jong. Pas rond 1890 kreeg Neerkant een dorpskern, nabij het voormalige gehucht Moostdijk. Na de bouw van kerk en klooster aan het einde van de 19e eeuw kan van een echt dorp gesproken worden. Neerkant werd in 1890 een zelfstandige parochie. Daarvoor bestond Neerkant uit een serie gehuchten op een smalle dekzandrug. Deze gehuchten waren onder meer de omgrachte hoeve Heitrak (oudste vermelding 1340), de Moostdijk (oudste vermelding 1421), Schelm, Schans en Broek. Neerkant ontstond als nederzetting in het gedeelte tussen Moostdijk en Heitrak. In de loop van de negentiende eeuw ontstond bij de intussen flink gegroeide bevolking behoefte aan een eigen school en kerk. De eerste school opende in 1887 en de kerk werd op 16 mei 1891 in gebruik genomen. Daarna groeide het dorp gestaag. Er kwamen twee molens (een stoomgraanmolen en een windgraanmolen), een Boerenbond, Boerenleenbank en een Zuivelfabriek. In 1917 kwamen de Zusters Franciscanessen in Neerkant en vestigden zich in het nieuwe klooster, het Sint-Vincentiushuis. Zij richtten toen ook een lagere school voor meisjes op.

De vervening tot halverwege de negentiende eeuw was vooral voor eigen gebruik. Iedere boer groef turf op zijn eigen, of jaarlijks gepachte, stukje grond als brandstof voor thuis. Hierdoor ontstonden veenputten van verschillende grootte en vorm. Daarna werd de turfwinning steeds grootschaliger en kreeg een toenemende invloed op de economie van het dorp.  Neerkant was daarvoor ideaal gelegen op een hoge noordwest-zuidoost-gerichte dekzandrug tussen twee moerassige hoogveengebieden, de Deurnese Peel en de Limburgse Peel. Het gebied werd toegankelijk gemaakt voor grootschalige turfwinning. Men groef greppels en sloten voor de afwatering en vaarten voor het afvoeren van de turf. Zo werden grote delen van De Peel afgegraven, vaak tot op de onderliggende zandlaag. Sporen van deze grootschalige vervening zijn in De Groote Peel nog duidelijk zichtbaar. Aan de Brabantse kant werd het veen grotendeels door een maatschappij gewonnen. Daar werden voor het transport vaarten en kanalen gegraven. In het Limburgse deel werd de voornamelijk door particulieren gestoken turf met karren via de uitgespaarde ‘peelbanen’ afgevoerd Toen de turfwinning niet meer rendabel was en grote gebieden waren afgegraven, ging men over tot ontginning van de afgegraven delen en de aangrenzende heidevelden. De aanvankelijk voor de landbouw waardeloze zandgronden, werden met kunstmest geschikt gemaakt voor weilanden en akkers. Ook De Groote Peel dreigde omgevormd te worden tot landbouwgebied. Tenslotte werd besloten het veengebied te bewaren en er een natuurreservaat van te maken. De laatste grote ontginning werd begin jaren zestig beëindigd. Door de vervening kreeg Neerkant steeds meer landbouwgrond en een eigen kanaal, de Neerkantse wiek. Zo werd Neerkant zelfs een "havenplaats". De vervening trok arbeiders aan die onder andere in Neerkant kwamen wonen.

De oorlog heeft een grote invloed gehad op Neerkant. Vanwege de landelijke ligging in het Peelgebied vormde het onderdeel van een verdedigingslinie. Door de felle strijd zijn er veel slachtoffers gevallen en is het dorp flink gehavend.

In 1939 werd met de bouw van de Peel-Raamstelling begonnen die ook door Neerkant liep. Bij de aanval zou de Peel-Raamstelling de Duitse opmars mee moeten vertragen. Die Peel-Raamstelling liep van Grave naar Budel-Dorplein. Een van de zwakke plekken in de linie was het gebied rond Meijel en Neerkant, een doorgang door het veen. Het anders zo stille dorpje Neerkant werd vanaf de mobilisatie in augustus 1939 overspoeld met militairen. Volgens sommigen zouden het niet minder dan negenhonderd zijn geweest. Er werd een tenten- en barakkenkamp gebouwd, maar de meeste militairen werden ingekwartierd bij burgers en boeren. De komst van al die militairen zorgde voor een heuse economische boom. Bij de bouw van de kazematten vond menig dorpsbewoner werk als metselaar, ijzervlechter of timmerman. Boeren verdienden met paard en kar een extra centje als vrachtrijder van het gele zand waarop de bunkers werden gebouwd.

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen, en daarmee ook Neerkant. Bij de inval van de Duitsers in Neerkant werd door het Nederlandse Leger, dat hier gestationeerd was, een aantal boerderijen in brand gestoken om een vrij schutsveld te krijgen, maar het was tevergeefs. Al snel werd het hazenpad gekozen. De jaren daarna werd er hier niet veel van de oorlog gemerkt. De Duitsers bemoeiden zich met het wel en wee van het dorp, er werden bijvoorbeeld zoeklichten neergezet maar verder bleef het vooralsnog rustig. In het oorlogsjaar 1944 werd Neerkant zwaar getroffen. Onder meer de kerk en de hoeve Heitrak moesten eraan geloven. In de nacht van 24 september 1944 verdwenen plotseling alle Duitsers uit het dorp en de dag daarna trokken de Engelsen Neerkant binnen. Maar de Duitsers zouden niet zonder slag of stoot vertrekken. Op 27 oktober vond een zware Duitse aanval plaats op het dorp. Bijna het gehele dorp zag zich genoodzaakt om te evacueren. Hierdoor moesten ook de Engelsen vertrekken en kregen de Duitsers het dorp weer in handen. Twee dagen later vond de echte Peelveldslag plaats. Een groot Engels leger gesteund door Typhoon-bommenwerpers verdreven de Duitsers uit het dorp en de rest van de Peel. Op 1 november 1944 werd door een Amerikaanse voltreffer op een Duitse munitietank de gehele kom van het dorp zwaar beschadigd. Ook van de kerk bleef niet meer dan een ruïne over. Een Een dag later werd eindelijk het dorp voorgoed van de Duitsers bevrijd door het Engelse leger

Na de oorlog begint de wederopbouw van Neerkant. Er werd een noodkerk neergezet die tot 1996 dienst zou doen als gemeenschapshuis (de Jeugdhof). Op 19 augustus 1957 werd de nieuwe kerk in gebruik werd genomen. Architect was Jos Deltrap uit Deurne. Ook werd een kleuterschool gebouwd (Engelenhof), die in de jaren tachtig gesloopt werd. In 1967 kwam er een nieuwe school. In 1970 vertrokken de Zusters Franciscanessen uit het klooster. Dit klooster uit 1917, met de naam Sint-Vincentiushuis, doet tegenwoordig dienst als woonruimte. In 1996 werd het nieuwe gemeenschapshuis "De Moost" gebouwd op de plaats van de eerder genoemde Jeugdhof. Hierdoor kwam het Sint-Vincentiushuis leeg te staan. Dit voormalige klooster, één van de weinige vooroorlogse gebouwen in de kern van Neerkant, staat tegenwoordig op de rijksmonumentenlijst.